Eline's (levens)kunstblog
Eline Vulsma over leven en kunst
Van Abbemuseum
Categories: museum

Ironie. Dat mag het wel heten. Op de dag dat in heel Nederland gedemonstreerd werd tegen bezuinigingen op cultuur, bezocht ik min of meer bij toeval een museum waar ik geen cent subsidie voor over zou hebben. Ik was in Eindhoven voor een andere gelegenheid, maar ik had nog tijd voor een bezoekje aan het Van Abbemuseum.   

Het gebodene in het museum stemde me erg droef. Zaal na zaal met conceptuele, installatie- en videokunst. Video is naar mijn mening geen beeldende kunst. En dat conceptuele (daar valt wat mij betreft alle onzinkunst onder, dus ook installaties en readymades) is gewoon geen kunst – althans zelden. Exemplarisch dat bij elke opstelling van spullen een toelichting op papier hing, die mocht je meenemen.

Ik kan me voorstellen dat je over een willekeurig schilderij van Rembrandt of Van Gogh makkelijk zo’n papiertje kunt vullen. Maar ook zonder toelichting valt er dan genoeg te beleven. Beeldende kunst die niet kan functioneren zonder papieren toelichting is op zijn minst gehandicapt.

Karren met rotzooi

 
Twee voorbeelden wil ik noemen. Archief ³: Rolarchief van archieven van afgestoten archieven, 1974-2010 van de Belgische kunstenaar Denmark. En Work No. 317 Elevator ooh/aah up/down van de Brit Martin Creed.

Ik kwam in een zaal die volstond met verrijdbare karren met archiefmateriaal in allerlei vormen. De papieren bijsluiter meldt dat het om 40 rolcontainers met verwerkte archiefstukken gaat, 160 x 68,1 x 81,6 cm per stuk. Vooral die formaten erbij. Het was een zaal met rotzooi, maar als rotzooi in een museum staat is het ineens kunst. Ik zal een paar zinnen van de bijsluiter citeren:

“De Belgische kunstenaar Denmark stelt zijn publiek de vraag naar de eigen relatie met de geschreven geschiedenis en de overvloedige informatieproductie die we heden ten dage kennen. Wat is kennis en wat is ballast?”

En een citaat van de kunstenaar zelf: “Mijn archieven zijn ontoegankelijk om mezelf tot stilstand te dwingen. Mijn werk toont leegte als antigif.”

Als je iets wilt zeggen over de houdbaarheid van archiefmateriaal of de dagelijkse informatie-overload,  maak daar dan een mooi doek over of een beeld. Het enige wat je ervan kon zeggen is dat de maker flink wat werk heeft gehad aan het oprollen van tijdschriften en groeperen van zijn papieren.

Zingende lift


Met de lift wilde ik naar de bovenste verdiepingen. Naast de lift hingen ook papiertjes. In dit geval zelfs een complete folder. Wat bleek: de lift was ook een kunstwerk, van Martin Creed. Eenmaal binnen bevond ik mij in een Zingende Zaag versie van een lift. De lift was gewoon een lift als alle andere, maar je hoorde een toonladder bij het stijgen (en dalen).

De bijsluiter meldt dat we ons te achteloos van a naar b verplaatsen. Citaat: “Door een subtiele ingreep laat Creed je deze reis op een nieuwe manier ervaren. Op het moment dat de lift zich in beweging zet horen we een toonladder. Van laag naar hoog of van hoog naar laag, al naar gelang de bestemming van de lift. Zo ontstaat een muziekstuk, gemaakt door de gebruikers. De lift is veranderd in een muziekinstrument dat naar believen kan worden bespeeld. ‘Work No. 371’ houdt eigenlijk het midden tussen een muziekstuk en een sculptuur. Je zou de liftkooi als sculptuur kunnen bestempelen.”

Ja, je moet maar durven. Mijn stempel luidt: De nieuwe kleren van de (poedelnaakte) keizer! En ach, wat moet de Hedendaagse Kunstkeizer het al lang zonder kleertjes doen…

Toch nog: echte schilderijen
Was er dan niets te genieten hier? Weinig, maar toch iets. Er hingen zowaar nog een paar echte schilderijen van toppers in het museum. Een Mondriaan o.a. en een Toorop. Hier was geen papieren uitleg om mee te nemen, maar zelfs geen tekstbordje op de muur met toelichting. Op een tafel lagen dossiers over de schilderijen die je mocht inkijken. Niet echt uitnodigend. Opvallend was dat bij deze schilderijen een suppoost zat. Ze keek met een blik van een vastberaden waakhond. Hier viel wat te beschermen. De andere suppoosten liepen wat rond. Veel had men sowieso niet te doen. Je kon op deze zaterdagmiddag rustig een kanon afschieten in het museum.

Om op het protest tegen de kunst- en cultuurbezuinigingen terug te komen: daar sluit ik me (grotendeels) bij aan. Maar laten we toch eens kritisch kijken naar wat er van ons belastinggeld aan ‘kunst’ wordt aangeschaft. Een open en brede discussie is nodig. De conceptuele on-kunst kan ook te ver worden doorgedreven. Het vergroot in elk geval niet het draagvlak voor kunstsubsidies.


Comments are closed.