Eline's kunstblog
Eline Vulsma over kunst en meer
Con art
Categories: Geen categorie

Con art – Why you should sell your Damien Hirsts while you can

 

Wie een werk van Damien Hirst in huis heeft, kan ‘m het beste zo snel mogelijk van de hand doen, aldus Julian Spalding.  Hirst is de belangrijkste hedendaagse vertegenwoordiger van de ‘con art’, wat kan staan voor ‘contemporary conceptual art’. Maar Spalding gebruikt het in de andere betekenis van ‘con’: bedrog. Julian Spalding, ik kende hem niet, is een bekende in de Britse kunstwereld. Hij was o.a. directeur van diverse musea en verder is hij bekend als schrijver en recensent. In zijn 44 pagina’s tellende boekje richt hij zijn pijlen op de conceptuele kunstwereld.

 

Dat doet hij op een onderhoudende manier, het boekje leest als een trein. Het enige wat jammer is, is dat hij sterke argumenten om de con artists te ontmaskeren afwisselt met zwakke. Om met dat laatste te beginnen: het is van geen belang dat moderne kunstgalerieën vaak in zulke lelijke daglichtarme gebouwen zitten. Weliswaar ziet Spalding een overeenkomst met de inhoud van die galerieën, het geëxposeerde, maar overtuigend vind ik het niet. Ook zijn bezwaar dat Joseph Beuys zijn oorlogsverleden verzweeg en er een romantisch heldenverhaal van maakte, is hoogstens iets wat de man onsympathiek maakt. Voor de (aldus vervalste) betekenis van zijn ‘ready-made’, een slee met toebehoren, maakt het wat mij betreft geen verschil. Zelfs als zijn verhaal over een redding op een slee door Tartaren na een vliegtuigcrash waar was geweest, was de slee in kwestie nog steeds geen kunst.

 

Gelukkig komt Spalding ook met sterke argumenten en achtergronden, waarvan een enkele voor mij een eye-opener was. Conceptuele kunst bestaat vaak uit alledaagse objecten die grotendeels intact gelaten worden, hoogstens gegroepeerd. Soms volgt er nog een bewerking, die evenmin leidt tot kunst. Bijvoorbeeld de haai op sterk water van Hirst. Maar altijd is het voorzien van een vaag of banaal verhaal dat het object tot kunst moet transformeren. Want dat verhaal is stap 1 van de goocheltruc. Stap twee is een samenwerking tussen kunsthandel, con artists en uiteindelijk ook curatoren van moderne musea. Een handjevol mensen in de museumwereld bepaalt wat kunst is en gelooft dat het voor de bestwil van het publiek is als die kunst zich tegen het publiek richt. Deze groep heeft zich volledig geïsoleerd van de publieke opinie. De kunsthandelaren hebben belang bij expositie van hun kunstenaars in musea, want dan wordt de marktwaarde van hun werk groter. En de musea kopen de producten van deze windhandel maar al te graag. Een blik kunstenaarspoep, een stapel stenen.

 

Werken met de handen verliest aanzien

 

Hoe de belangen in de kunstwereld in elkaar grijpen werd al eerder goed beschreven in het boek ‘Shock art’ van Don Thompson. Het is een gesloten kordon, er valt veel te verliezen aan geld en reputaties. Dat is ongetwijfeld een van de redenen waarom deze ‘kunstbubbel’ maar niet wil exploderen. Spalding geeft nog een aantal interessante achtergronden voor het succes van de con art.

Ten eerste speelt de Tweede Wereldoorlog een rol. Realistische kunst was door de promotie ervan door nazi’s en communisten in een kwaad daglicht komen te staan. Maar de belangrijkste reden kon wel eens zijn dat ‘making skills’, handvaardigheid, in West Europa in laag aanzien is komen te staan. In de jaren ’70 en ’80 verdwenen veel industrieën en beroepen waar werken met de handen van belang was. Het onderwijs volgde deze trend. Zo kon het uiteindelijk gebeuren dat op sommige kunstopleidingen de aankomende studenten geen portfolio meer hoefden te laten zien. Een interview bepaalde de geschiktheid. “This is an open invitation to bull-shitters.” zoals Spalding het fraai omschrijft.

 

Spalding houdt een vurig pleidooi voor ‘the artistic voice’ van de echte kunstenaars. Die ontbreekt in het ‘werk’ van Hirst, dat overigens hoofdzakelijk door assistenten wordt gemaakt. Hirst heeft zichzelf als merk gelanceerd en met veel succes. Hij brengt alleen geen echte kunstwerken voort. Door Spalding wordt hij voortreffelijk gefileerd. Toevallig kwam ik laatst een klein stukje tegen in een blad voor de communicatiebranche, over de overzichtstentoonstelling van Hirst in het Tate Modern. De kop luidt: “Marketingstrateeg Hirst in Tate”. Zo is het maar net.

 

Het glas dat kunst werd

 

Spalding stelt de vraag of we het conceptuele niet gewoon naast de echte kunst kunnen laten bestaan. Zijn antwoord is ontkennend. De houding van con art ten opzichte van echte kunst is namelijk niet onschuldig. Hij noemt een voorbeeld van een glas dat ooit in een vitrine in een galerie werd getransformeerd tot kunst. Hoe? Door er een label aan te hangen met de vraag of het glas wel of niet een eik was. Een museum kocht het aan voor 2000 pond. Het geeft het destructieve karakter aan van de con art. Als je met een foefje een gewoon glas tot kunst kunt verheffen, waarom zou je het ooit nog proberen te schilderen? Het devalueert alles waar de echte kunst voor staat zoals kwaliteit, vaardigheid, diepte, betekenis, persoonlijke visie, herkenbaarheid en ontwikkeling van een kunstenaar. De con art verdringt steeds meer de echte kunst uit galerieën en musea, talentvolle echte kunstenaars krijgen minder kans.

 

Aan het begin en het einde van het boekje zegt Spalding dat hij het kleine jongetje is dat roept dat de keizer naakt is. Het sprookje van de onzichtbare kleding van de keizer is de rode draad van zijn verhaal. Hoe zeer ik hem die rol ook zou gunnen, volgens mij is dat tamelijk optimistisch. In zijn eigen Engeland is al weer geruime tijd een soort verzetsbeweging tegen het grote kunstbedrog, genaamd de Stuckists. Tot nog toe krijgen ze blijkbaar geen poot aan de grond.

 

Buiten de genoemde argumenten van Spalding zie ik nog een reden waarom de kunstbubbel niet uiteen wil spatten. De houding van het publiek. Enerzijds heb je de rijken die zich laten foppen door de con artists. Bang om niet hip te zijn? Of om een interessante investering te missen? Wie zal het zeggen. En dan is er nog Jan Publiek, die de moderne kunst in de ban heeft gedaan. Op internetfora wordt weliswaar heftig gemopperd op pindakaastapijten, maar die geluiden ziet de zelfbenoemde kunstelite alleen maar als bevestiging van de eigen status. Kunst is niet belangrijk genoeg om de straat voor op te gaan, of het moeten de mensen zijn die demonstreren tegen kortingen op kunstsubsidies. Naar mijn mening is de grote instemming van Jan Publiek met die bezuinigingen mede te wijten aan de wijdverbreide aanwezigheid van con art. Moge het licht in de kunstwereld snel doorbreken.

 

 

Con art -Why you should sell your Damien Hirsts while you can, Julian Spalding, ISBN 9781475088434. Verkrijgbaar via Amazon.com

 

Zie ook mijn eerdere blogs over dit onderwerp:

http://www.elineskunstblog.nl/2011/01/stuckism/

 

http://www.elineskunstblog.nl/2011/01/nieuwe-kunst-of-nieuwe-kleren/

 


Comments are closed.