Eline's kunstblog
Eline Vulsma over kunst en meer
Prints in Paris
Categories: museum

Naast de overbekende prent van de ‘Chat Noir’ hangt, in een duister hoekje, het uithangbord dat bij dit cabaret hoort. Het bord projecteert een spookachtige schaduw over de muur. Het zijn maar twee van deze vele eyecatchers. De sfeervolle tentoonstelling ‘Prints in Paris 1900 – van elitair tot populair’ toont veel prenten en een aantal bijbehorende objecten in een met zorg vormgegeven tentoonstellingsruimte.

Parijs was eind negentiende eeuw de artistieke hoofdstad van de wereld, kunstenaars uit alle windstreken ging naar Parijs, het thuis van de moderne kunst. Prenten werden gemaakt als hoogwaardig kunstwerk voor verzamelaars en als affiche voor op straat. Er werd veel geëxperimenteerd met nieuwe prenttechnieken.

De plaats van gebeuren lijkt een ongebruikelijke: het Van Gogh museum te Amsterdam. Van Gogh had zelf slechts negen prenten gemaakt, zo vertelde directeur Axel Rüger in zijn openingsspeech. Van Gogh droomde er van dat zijn werk in prenten gereproduceerd zou worden. Dat is er niet van gekomen, maar Van Gogh verzamelde wel prenten; zowel Japanse als prenten van zijn eigen tijd. De kunstenaars met wie Van Gogh omging, waren actief in de prentkunst: o.a. Toulouse-Lautrec en Gaugain. Het Van Gogh museum verzamelt heel actief deze prenten.

De tentoonstelling bestaat uit ‘fin de siècle’ prenten uit de eigen collectie als ook bruiklenen van particulieren en andere musea. Inmiddels is er door het verzamelen en onderzoek veel kennis bij het Van Gogh over dit onderwerp. Volgens Rüger is het museum één van de expertisecentra in de wereld op het gebied van fin de siècle prenten. Hij sprak dan ook het vertrouwen uit dat de prachtige tentoonstellingscatalogus het nieuwe standaardwerk wordt op dit gebied.

Conservator prenten en tekeningen, Fleur Roos Rosa de Carvalho, vertelde over de vele tegenstellingen die in deze tentoonstelling verwerkt zijn: Elitair versus populair, interieur versus exterieur, geestelijk versus wereldlijk, decadent versus volks, intiem versus massaal, verzamelaar versus passant, meditatieve aandacht versus een haastige blik, van dichtbij versus grote afstand.

De negentiende eeuw was een eeuw van tegenstellingen. De Carvalho heeft daarom ook de tentoonstelling in tweeën gedeeld: de prenten van de verzamelende elite versus de affiches voor de massa op straat. Het bijzondere is dat kunstenaars voor beide werelden werkten: voor privaat en populair.

De beneden verdieping is gewijd aan de particuliere verzamelingen van de elite, terwijl boven de straataffiches worden getoond. De vormgeving van Maarten Spruyt en Tsur Reshef , met o.a. behangpatronen uit die tijd maakt dat de prenten extra mooi uitkomen. Helemaal boven wordt aandacht besteed aan de verschillende prenttechnieken.

Beneden in de ‘elitezaal’ vertelde assistent conservator Joost van der Hoeven over hoe de schilderkunst en prentkunst als gelijkwaardig aan elkaar werden beschouwd. Prenten werden net als schilderijen verkocht via galerieën. Kunstenaars die zichzelf als prentkunstenaar zagen, waren tegelijk ook schilder.

De Japanse prentkunst deed zijn intrede in Parijs vanaf het middel van de negentiende eeuw. Het was een ware rage. Tegenwoordig duurt een rage maar een paar jaar, maar toen duurde die decennia. Generaties kunstenaars lieten zich inspireren door die Japanse prentkunst. Het platte vlak en decoratie waren sleutelwoorden, het naturalisme werd losgelaten. Een naïeve, gesimplificeerde esthetiek.

Decoratie van het interieur was in die tijd hoofdzakelijk een mannen aangelegenheid. Ze zagen het huis als een toevluchtsoord voor het hectische leven op straat. Aan het einde van de dag haalden ze de prentenmap tevoorschijn, gingen met een glas wijn en een sigaar zitten, en gaven zich over aan mijmeringen en dromen al bladerend door de prenten.

Prenten werden ook in series uitgebracht:

Terug in de buitenwereld, een selectie uit de vele mooie affiches:

En zelfs een schilderij met affiches:

Door de rage waarbij straatprenten van de muur werden getrokken door verzamelaars, kwamen zogeheten ‘avant-la-lettre’ drukken in de mode: affiches zonder letters, bestemd als decoratief kunstwerk voor in het interieur:

Werken op papier zijn enorm kwetsbaar en lichtgevoelig, deze prenten mogen eens in de vier jaar gedurende 3 maanden tentoongesteld worden. Daarom is de duur van de tentoonstelling beperkt: van 3 maart tot en met 11 juni 2017. Zeer de moeite waard, dus noteer alvast in uw agenda :-) Het Van Gogh heeft ook een speciale website waar de hele collectie op te zien is: www.vangoghmuseum.nl/printsinparis

 

Catalogus

Als bezoeker krijg je een intiem beeld van de fin de siècle in Parijs. De aandacht voor de vormgeving van de tentoonstelling is tot in kleine details uitgewerkt. Het is een reis die van binnen naar buiten gaat en van buiten naar binnen. Klein versus groot. Dromerig – realistisch, verfijnd-grof, licht-donker. De catalogus is een prachtig vormgegeven weergave van de tentoonstelling. Hij borduurt voort op de traditie van het zelf verzamelen van prenten, om vanuit de hectiek van de buitenwereld tot rust te komen in een intieme, huiselijke setting. De print van Vallotton als extra is een handzame toevoeging.Vanwege de kwetsbaarheid van de prenten is er een korte periode waarin de tentoonstelling in het echt te zien is. De catalogus biedt mogelijkheid om nog langer van deze bijzondere tentoonstelling te genieten.

Zeker de moeite waard om aan te schaffen: 192 pagina’s, hardcover, €39,95

(Shanti Changa)


1 Comment to “Prints in Paris”

  1. Haa Shanti,

    Wat een mooi artikel heb je geschreven over Prints in Paris 1900! :) Je noemt hierin Maarten Spruyt als vormgever. Dat is correct, maar náást hem is ook Tsur Reshef vormgever. Kijk maar hier in het persbericht:

    http://vangoghmuseum.nl/nl/nieuws-en-pers/persberichten/vanaf-3-maart-prints-in-paris-1900-van-elitair-tot-populair

    Zou jij dat nog willen vermelden? Alvast heel Veel dank,

    Veel groeten,

    Gideon