Eline's kunstblog
Eline Vulsma over kunst en meer
100 jaar De Stijl
Categories: museum

 

Dit jaar wordt op verschillende plekken stilgestaan bij de oprichting van tijdschrift en kunstbeweging ‘De Stijl’ in 1917. In deze blog twee tentoonstellingen nader beschouwd: “Mondriaan en Van der Leck: de uitvinding van een nieuwe kunst” in het Gemeentemuseum Den Haag en “Rietvelds meesterwerk: leve De Stijl” in het Centraal Museum in Utrecht.

 

Niet zelden raak ik met mede bezoekers in discussie over de vraag of het latere werk van Mondriaan nou echt kunst is. Meestal is de mening van mijn gesprekspartner: het is geen kunst. Op zich kan ik me prima vinden in het idee dat het abstracte werk van Mondriaan eigenlijk ‘design’ is. Vermoedelijk zou Mondriaan het daar absoluut niet mee eens zijn en daar kan ik me ook wel weer iets bij voorstellen. Er zit wel een bedoeling, een denkwereld achter.

 

Voor veel mensen is het essentieel of je in een kunstwerk een gevoel of boodschap kunt herkennen. De kunstenaar vertaalt zijn gevoel of boodschap via verf of klei (etc) naar een herkenbare vorm en de beschouwer kijkt en herkent dat gevoel of de boodschap, min of meer. Wat dat betreft is kunst een vorm van communicatie: het brengt een boodschap over. Via het kunstwerk is op afstand interactie tussen kunstenaar en beschouwer. Ik vind het lastig om in het abstracte werk van Mondriaan een boodschap te ontdekken. Wat dan overblijft is de vraag of je het ‘mooi’ vindt of niet. En ik vind het mooi, het ritme van lijnen, vlakken en primaire kleuren. Het is nog steeds een bron van inspiratie bij mijn eigen werk.

Wat dat betreft is een gesprek over meubelmaker en architect Rietveld makkelijker: hij maakte immers praktische zaken, zoals stoelen om op te zitten, en die hebben een bepaald design. Je kunt je mening hebben over het comfort (dat viel reuze mee trouwens, bleek na een test-zit in een replica) of over het uiterlijk, maar niemand zal betwisten dat het een meubelstuk is.

 

De Stijl

 

De Stijl was de naam van het tijdschrift dat in 1917 werd opgericht door Theo van Doesburg. De gelijknamige kunstbeweging kwam eruit voort. De kunstenaars zochten naar een nieuw soort kunst zonder ‘fratsen’ die niet meer de natuur nabootste. Daarbij werd o.m. gestreefd naar minimale kleuren, strakke lijnen en eenvoudige vormen.

 

De uitvinding van een nieuwe kunst

 

In Den Haag neemt de tentoonstelling je mee naar de beginjaren van De Stijl aan de hand van het werk uit de tijd van kunstenaars Piet Mondriaan en Bart van der Leck. Mondriaan en Van der Leck waren beide op zoek naar een nieuwe ‘beelding’ van de werkelijkheid. Nieuwe kunst voor een moderne wereld. Mondriaan zocht naar een ‘nieuwe, abstracte kunst die direct tot het gemoed spreekt’. Van der Leck zocht ‘de essentiële zin van de vorm’. Mondriaan bewonderde het kleurgebruik van Van der Leck en Van der Leck volgde Mondriaan in zijn zoektocht naar abstractie.

In de Nederlandse kunst van die tijd zochten veel kunstenaars naar het spirituele. Dat gebeurde met grillige lijnen en kleuren, waarmee men denken en voelen probeerde te verbeelden. Dat is bijvoorbeeld mooi zichtbaar in het werk van Karel Schmidt  (zie blog http://www.elineskunstblog.nl/2012/01/karel-schmidt/ )

De Stijl zette daar dus abstractie en heldere kleuren tegenover.

Abstractie kan de essentie uit iets weergeven en er zijn zeker abstracte werken die iets doen met mijn gemoed (bijv. Compositie VI van Kandinsky). Bij het volledig abstracte werk van Van der Leck en Mondriaan zie ik echter geen essentie en evenmin roept het een gemoedstoestand bij mij op. Daarvoor zit er voor mij te weinig herkenbaars in. Ondanks de ongetwijfeld verheven bedoelingen van beide kunstenaars vrees ik dat mijn gevoel van ‘mooi’ toch niet verder gaat dan ‘mooi design’.

Het net-niet-helemaal abstracte werk van Van der Leck spreekt me trouwens meer aan dan zijn complete abstracties.

 

Rietveld en De Stijl

 

Ook Gerrit Rietveld is ‘klassiek’ begonnen. Een paar prachtige meubelen van zijn hand zijn te zien uit zijn jonge jaren, toen hij in de meubelwerkplaats van zijn vader werkte, in Utrecht. De latere stoelen zijn uiteraard veel aparter en herkenbaarder. De lattenstoel is bijzonder omdat het ontwerp de bedoeling heeft om de ruimte niet te ‘omsluiten’ maar ononderbroken te laten.

Mij troffen vooral de kastjes, die had ik nog nooit gezien. De stapelkast uit 1924 lijkt een beetje op een Mondriaan in 3D. Rietveld heeft Mondriaan waarschijnlijk niet persoonlijk gekend, maar bewonderde wel zijn werk. Uiteraard is er ook aandacht voor het bekende Rietveld Schröderhuis.

Voor beide tentoonstellingen geldt: niet te lang meer wachten, want anders zijn ze weer voorbij.

 

Mondriaan en Van der Leck: de uitvinding van een nieuwe kunst in het Gemeentemuseum Den Haag t/m 21 mei 2017

www.gemeentemuseum.nl

 

Rietvelds meesterwerk: leve De Stijl, in het Centraal Museum in Utrecht t/m 11 juni 2017

www.centraalmuseum.nl

 

 


Comments are closed.